Bibliotheek Van Abbemuseum
NIEUWE BIBLIOTHEEKBLOG ONLINE
BIBLIOTHEEKTENTOONSTELLING SOL LEWITT
Deze tentoonstelling toont de verzameling kunstenaarsboeken van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt (1928-2006). De publicaties zijn afkomstig uit de bibliotheekcollectie van het Van Abbemuseum.
Naast zijn andere, meer monumentale werken, vervaardigde LeWitt kunstenaarsboeken vanaf 1966. Modulaire systemen en geometrische structuren gebaseerd op het vierkant zijn typerende elementen in zijn werk. Volgens LeWitt is het vierkant de meest neutrale basisvorm om een zo objectief mogelijk concept te ontwerpen. Het boek Variations of incomplete open cubes (1973) is een uitstekend voorbeeld van dit idee.
De kunstenaar rekent zichzelf tot de conceptuele kunst, maar velen plaatsten zijn werk onder de Minimal Art beweging. Sinds de jaren zestig – zoals ook andere conceptuele kunstenaars als bijvoorbeeld Lawrence Weiner – onderzoekt LeWitt het idee van de niet-hierarchische samenleving waarin een beeldende kunst bestaat die toegankelijk is, gemakkelijk vervaardigbaar en betaalbaar voor iedereen. Hij ziet zijn boeken als de goedkoopste en de meest informatieve uiting van deze opvatting.
LIBRARY EXHIBITION SOL LEWITT
The exhibition brings together the collection artists books of the American artist Sol LeWitt (1928-2006) from the collection of the library of the Van Abbemuseum.
Besides his other more monumental works, he published artist books from 1966. Modular systems and geometric structures based on the square are typical elements in his work. In the opinion of LeWitt the square is the most neutral basic form to design a concept as objective as possible. The book Variations of incomplete open cubes, 1973 is an excellent example for this idea.
The artist himself states that he belongs to the conceptual art, but many others register him among the artists of the Minimal Art movement. Since the sixties – like other conceptual artists like for instance Lawrence Weiner- he is occupied with the idea of a non-hierarchical society with a visual art who is accesable, makable and payable for everybody. He sees his books as the cheapest and most informative demonstrations of his concept.
BIBLIOTHEEKTENTOONSTELLING SIMON BENSON
Opening op zondag 14 februari van 15.00-17.00 uur
De bibliotheek van het Van Abbemuseum presenteert ‘Written Matter’ : een overzicht van tekeningen en multipels van de in Eindhoven werkende kunstenaar Simon Benson. Aandacht voor de taal is het meest opvallende kenmerk van het geselecteerde werk. Hij speelt met taal op diverse niveaus. Als een typografisch onderzoek dat ook de betekenis van woorden kan aantasten of versterken. Maar taal kan ook een strategisch middel zijn met gebruikmaking van poëzie en woordcombinaties.
(foto: Simon Benson)
Op de bovenverdieping van de bibliotheek worden vooral zijn driedimensionale tekstwerken getoond. Soms bestaande uit een woord en soms uit een combinatie van woorden. Hele zinnen worden opgebouwd door de woorden letterlijk op elkaar te stapelen. Hun leesbaarheid en onleesbaarheid zijn voor de toeschouwer vileine prikkelingen om het geschrevene te doorgronden. De inhoud is de uitdager in het spel van inhoudelijke kruisverwijzingen en lichtvoetige ontkenningen. Vaak worden referenties gelegd naar natuur, architectuur en het menselijk lichaam. Maar de diepere betekenis krijgt de beschouwer niet cadeau.
Op de benedenverdieping zien we Benson als tekenaar. De geselecteerde tekeningen bevatten teksten of tekstfragmenten die nooit als aanvulling of een soort commentaar op de tekening zijn bedoeld. De teksten vormen een integraal onderdeel van de tekening. Zonder hen verliezen ze hun betekenis. Benson schrijft als het ware zijn tekeningen en zijn handschrift is subtiel en sober met gevoel voor de werking van licht en donker, compositie en de ‘huid’ van de tekening.
Het werk van Simon Benson past in een traditie waarin het talige wordt gebruikt als beeldend middel. Veel werken in de collectie van het Van Abbemuseum hebben een link met taal. Zo bezit het museum bijvoorbeeld werk van de Amerikaanse kunstenaar Lawrence Weiner die met zijn muurwerken in woorden een sculptuur beschrijft. Of het werk van de Schotse kunstenaar Ian Hamilton Finlay die in zijn werk de kracht onderkent die taal en kunst hebben om onze opvattingen over de wereld vorm te geven en ons zelfs tot actie te brengen. Ian Wilson (Belfast) nodigde uit tot een publieke discussie in het museum en gebruikte daartoe één enkele zin, maar Simon Benson nodigt U uit zijn ‘Written Matter’ zwijgzaam te ontrafelen en tenslotte met een intens genoegen de sleutel te vinden.
Locatie: Bibliotheek
Openingstijden bibliotheek: di. – vr. 11.00-17.00 uur
Carnaval en weekend gesloten
BIBLIOTHEEKTENTOONSTELLING JCJ VANDERHEYDEN
Opening : Zondag 08 november 15:00
De kunstenaar JCJ Vanderheyden onderzoekt in zijn werk de basisprincipes van het schilderen, maar tegelijk ook de wijze waarop we waarnemen. Hij schildert en experimenteert met een scala aan media waaronder fotografie, grafische druktechnieken en video.
In zijn onderzoek naar de waarneming bouwde JCJ Vanderheyden in de loop der tijd een waardevol archief op dat bestaat uit schetsen, geschriften, foto’s, maquettes en inspiratiebronnen. Voor de tentoonstelling in de bibliotheek maakte hij een keuze uit dit unieke en nooit vertoonde materiaal.
Zijn werk is vanaf 1957 in het museum te zien geweest in diverse groeps- en solotentoonstellingen. In 1971 zijn de eerste werken voor de collectie aangekocht. Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe museumgebouw in januari 2003 schonk Vanderheyden het museum als aanvulling hierop een schilderij, een fotowerk en een serie zeefdrukken. Het toeval wil dat het museum in diezelfde tijd een schenking ontving van Jean Leering en Wies van Moorsel. Leering was van 1964 tot 1973 directeur van het Van Abbemuseum. Onderdeel van deze schenking was eveneens een schilderij van Vanderheyden. Aanleiding om Vanderheyden uit te nodigen een zaal in te richten met zijn werken in de collectie, aangevuld met deze schenkingen.

(foto: Louis Baltussen)
Vanderheyden onderzoekt in zijn werk de basisprincipes van het schilderen, maar tegelijk ook de wijze waarop we waarnemen. Hij schildert, experimenteert met fotografie, grafische druktechnieken en video, een medium dat de werkelijkheid op een eigen, karakteristieke manier ‘reproduceert’. Aanvankelijk reproduceert Vanderheyden vooral zijn eigen werk, later gebruikt hij ook het werk van anderen zoals Jeroen Bosch, Pieter Breughel of Velázquez. In de jaren tachtig bouwt Vanderheyden cabines, kleine ruimtes waarin hij werken al dan niet verkleind of gefragmenteerd tentoonstelt. Door het combineren van beelden uit heden en verleden zoekt Vanderheyden naar betekenisvolle verbanden dwars door ruimte en tijd. Een tentoonstelling van Vanderheyden wordt zo tot een tijdloos nu in een eindeloze ruimte waarin het kijken centraal staat.
In de weekenden gesloten
BIBLIOTHEEKTENTOONSTELLING : TOINE HORVERS
Toine Horvers: geschreven boeken (08-09-2009 t/m 16-10-2009)
Opening : Zondag 06 september 2009.
Sinds 1979 realiseert Toine Horvers (Loon op Zand 1947) performances die hij omschrijft als ‘vertoningen’, met beweging in ruimte en tijd als onderwerp. Strikte begrenzingen liggen aan deze bewegingssculpturen ten grondslag. Veel van deze ‘vertoningen’ werden vastgelegd door de fotograaf Henk Geraedts. In de jaren tachtig stelden zij foto-leporello’s samen waarin door middel van deze foto’s als het ware het verloop van de ‘vertoning’ werd ‘beschreven’.
In het werk van Horvers dient een strak geformuleerd concept met een beperkte bewegingsvrijheid als uitgangspunt om een beeldend experiment aan te gaan. “Ik vind het een genot om te werken binnen een systeem dat ik zelf bedacht heb (het concept) een systeem waarin ik altijd verder kan, waarin het werk soms 'saai' is en daardoor op andere momenten weer heel opwindend.” Waar aanvankelijk nog een exactheid in planning een rijkdom aan emoties opriep, is deze strengheid in de loop der tijd geleidelijk vervangen door een intuïtief uitgangspunt dat gebaseerd is op associaties en waarneming.
Naast zijn ‘vertoningen’ vervaardigde Horvers tekeningen waarin het performatieve vrijwel altijd een rol speelt. Zo ontstonden in de jaren negentig zijn getrommelde tekeningen –
gemaakt door te roffelen met trommelstokken op carbonpapier - en zijn geschreven wolken, vervaardigt door het over elkaar schrijven van geschiedenisteksten of geografische namen. Het handschrift is in de tekeningen een constante factor. Soms zijn het teksten, een andere keer betreft het een opeenvolging van woorden of zijn het genoteerde resultaten van een fysieke handeling. Tekening voor tekening, laag over laag bouwt hij met potlood clair-obscurachtige vlekken die bij nader inzien een beschrijving van de werkelijkheid zijn. Soms nemen die vlekken de vorm aan van portretten zoals in de licht-zelfportretten. Deze ontstaan volgens een vooropgezette procedure. Terwijl de kunstenaar voor een spiegel heeft plaatsgenomen benoemt hij hardop het licht dat op zijn gelaat wordt gereflecteerd. Hij voerde deze actie uit in twaalf verschillende stadia van lichtintensiteit. Vervolgens noteerde hij deze gegevens met potlood op een semi-transparant vel papier waaronder een fotografisch zelfportret ligt.
Naar aanleiding van een verblijf op het Ierse eiland Inis Oírr ontstonden zijn panoramabe- schrijvingen. Terwijl hij verbaal een letterlijke beschrijving geeft van het landschap dat zich voor hem uitstrekt, beschrijft hij in een later stadium vanuit zijn herinnering, met potlood op een semi-transparant vel papier, de indrukken van die waarneming in 12 segmenten. Ondersteuning bij deze beschrijving is een summiere schets van het landschap. “Ik maak tekeningen door met potlood elementen uit de werkelijkheid te benoemen of te beschrijven, in (tijd-ruimte) lagen over elkaar heen waardoor een - vaak wolkige - vlek ontstaat. Die elementen waren aanvankelijk bestaande informatieve gegevens zoals in anatomische en geografische kaarten. Recentelijk beschrijf ik die elementen ook in mijn eigen bewoordingen: `Voorbijgangers`, mensen in mijn straat, wolken boven de horizon, golven op de rotsen.”
Sinds enkele jaren brengt Toine Horvers series van deze tekeningen samen in boeken. Zo’n boek kan de functie hebben van een verzameling, zoals bij de serie licht-zelfportretten. In de panoramabeschrijvingen van Inis Oírr, is het boek de verbeelding van een observatie. Soms is het boek als object van tijd en ruimte het uitgangspunt, zoals in de meest recente series met Latijnse benamingen uit anatomische atlassen, waarin het menselijk lichaam op systematische wijze wordt ontleed in segmenten van een tot twee centimeter. “Bij het noteren van de anatomische secties met Latijnse namen moet ik me bezig houden met de betekenis van de woorden. De woorden duiden vaak een ruimte of een ruimtelijke vorm of object aan. Bijvoorbeeld: septum is tussenschot, fissura betekent spleet en foramen gat. Door de benamingen te schrijven ben ik voortdurend met ruimte bezig, en tracht ik me voor te stellen hoe die ruimte of dat object aanwezig is om de benaming op de juiste plaats en in de juiste richting te kunnen schrijven.”

Voor deze tentoonstelling koos Horvers een presentatievorm voor zijn boeken die niet vaak wordt toegepast in een museale context. Hij besloot de vitrines leeg te laten en het publiek de mogelijkheid te bieden de boeken aan te raken. Daarmee legt hij gewild of ongewild de vinger op een zere plek. In de museale omgeving wordt het kunstenaarsboek, met het oog op eisen aan behoud en beheer, bij voorkeur gepresenteerd achter glas, in een koude omgeving en met zo min mogelijk licht. Maar de essentie van boeken, en zeker die van Toine Horvers, is dat ze ‘gelezen’ moeten worden. Door te bladeren wordt het concept, de sequentie of de narrativiteit duidelijk, samen met eventuele materiële veranderingen in de samenstelling. Juist door het boek ter hand te nemen ontstaat de gewenste intimiteit tussen lezer en maker. Pas dan kan de lezer Horvers’ ritueel van het benoemen en beschrijven ondergaan.
Horvers; “Het nóg maar weer eens zeggen dat het er is, als een teken van leven, of een vorm van overleven. De vorm die ik daarvoor hanteer is me te compromitteren aan mijn onderwerp, me er volledig aan over te geven volgens strenge regels en een streng in ruimte en tijd afgebakende procedure (bijna non - intellectueel). Het is voor mij de enige manier om me echt op iets te concentreren.”
Sinds enkele jaren brengt Toine Horvers series van deze ‘tekeningen’ samen in boeken. De expositie toont ook foto-leporello's die Toine Horvers in de 80-er jaren samen met fotograaf Henk Geraedts maakte als visualisering van performances.
BIBLIOTHEEKTENTOONSTELLING : JEAN LEERING - JAN VAN TOORN
Jean Leering en Paul Cézanne
Al vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw was museumdirecteur en hoogleraar beeldende kunst en architectuur Jean Leering (1934-2005) geboeid door het werk van de negentiende-eeuwse Franse schilder Paul Cézanne (1839-1906), die te boek staat als een groot vernieuwer van de moderne schilderkunst.
Hij liet zich inspireren door de manier van waarnemen en schilderen van Cézanne. Anders dan de gebruikelijke begripsmatige benadering van het oeuvre van Cézanne, hanteerde Leering een visuele aanpak die de kijker dichter bij de manier van kijken en schilderen van Cézanne brengt. Leering maakte foto’s die een parallelle weergave zijn van het werk van Cézanne. Aan de hand van verschillende thema’s (o.a. het stilleven, de bomen, de berg Sainte Victoire) en landschapselementen wordt een verbinding gelegd tussen de (natuurlijke) omgeving en het werk van Cézanne. Het ging Leering daarbij in de eerste plaats om het kijken en het vergelijken. De foto’s werden vervolgens vergeleken met reproducties van werken van Cézanne die ongeveer een eeuw eerder waren geschilderd. In deze vergelijking ligt het accent op de structurele elementen van de compositie. Het gaat erom inzicht te verkrijgen in de motieven die Cézanne tot zijn landschappen inspireerden.
Jean Leering en Jan van Toorn
Uit deze bewondering ontstond een boek waaraan tot kort voor het overlijden van Jean Leering in 2005 intensief samen is gewerkt met de ontwerper, vriend en geestverwant Jan van Toorn. De visuele studie werd omgezet intensief kijkboek, dat een in de Nederlandse kunstgeschiedenis bijzondere positie inneemt . De bedoeling van beide auteurs is niet alleen om een meer zintuiglijke benadering van de beeldende kunst te demonstreren, maar ook om een breder publiek te bereiken dan alleen de kenners van en geïnteresseerden in het werk van Cézanne. Na het overlijden van Jean Leering heeft zijn vrouw Wies van Moorsel dit bijzondere project samen met Jan van Toorn voltooid.
(uitnodigingskaarten Jan van Toorn voor het Van Abbemuseum)
Naast een visuele presentatie van het boek, toont de tentoonstelling voorbeelden van de museale samenwerking tussen Jean Leering en Jan van Toorn, in het bijzonder tijdens de periode van 1964 tot 1973 toen Leering directeur was van het Van Abbemuseum en Jan van Toorn als grafisch ontwerper aan het museum was verbonden. Voor beiden was de relatie tussen kunst en werkelijkheid van groot belang. In een interview in oktober 1968 formuleerde Leering het als volgt: ‘Ik kies voor die kunstenaars die naar mijn gevoel de grootst mogelijke aanleiding geven door wat zij kunnen laten zien aan werk, om dat creatieve zicht op de werkelijkheid te stimuleren en tot ontplooiing te brengen’.
Door een sterke combinatie van fotografie en typografie ontwierp Van Toorn in het oog springende affiches, catalogi en uitnodigingen waaruit vaak een geladen functionaliteit en een maatschappelijk engagement sprak. Zijn rol reikte echter verder: Leering vond in hem een ideale gesprekspartner voor een in het oog springende museale informatieverstrekking. De bezoeker zou immers aan de hand van de tentoonstellingen moeten worden geactiveerd.
(Affiches Jan van Toorn voor het Van Abbemuseum)
Boekpresentatie: 24-05-2009
Tijd: 15.00 uur
Lokatie: Bibliotheek
J. Leering, J. Van Toorn, Fotograferen met Cézanne. Landschappelijke elementen als motief. Formaat 20 x 26, 192 pp. (ill. kleur), € 27,50. Uitgeverij Thoth, 2009. Ontwerp Jan van Toorn.
Living Archive : Burgerdeugd, kunst- en gemeenschapszin
Op 30 januari 1933 legde burgemeester A. Verdijk in de Eindhovense gemeenteraad een plechtige verklaring af: een van de plaatselijke notabelen, de sigarenfabrikant H.J. van Abbe (1880-1940), had aangeboden om aan de stad een museum voor moderne schilderkunst te schenken. Het aanbod kwam erop neer dat Van Abbe de bouw van het museum financierde en voor de eerste jaren een bedrag ter beschikking stelde voor aankopen en exploitatie. ‘Tegenover dit spontane van zooveel burgerdeugd, kunst- en gemeenschapszin getuigend aanbod, past van deze zijde een even spontane daad’, meenden de leden van de gemeenteraad waarop werd besloten de grond waarop het nieuwe museum zou verrijzen kostenloos ter beschikking te stellen. Bovendien werd de naam van de schenker aan het nieuwe museum verbonden. Op 18 april 1936 opende het ‘Stedelijk Van Abbe Museum’ zijn deuren. Van Abbe had overigens in 1935 laten weten dat niet hij, maar de N.V. Karel I Sigarenfabriek als schenker moest worden aangemerkt.

De in Amsterdam geboren Henri van Abbe was opgeleid tot tabaksmakelaar. Zijn vader Jacob van Abbe bezat een diamantslijperij en met diens financiële steun zette hij in Amsterdam een kleine sigarenfabriek op. In 1908 verplaatste hij deze naar de regio Eindhoven. Van Abbe ging over tot de productie van een seriemerk en met de reclameslogan ‘er is maar een Karel I’ bouwde het merk van de Karel I Sigarenfabriek een solide reputatie op. Henri van Abbe verzamelde vanaf omstreeks 1920 vooral eigentijdse kunst, waarbij zijn smaak langzaam lijkt te zijn geëvolueerd van regionale schilders naar in de jaren dertig zeer gevierde kunstenaars als Jan Sluijters en Kees van Dongen. Deze kregen ook opdracht tot het maken van familieportretten. Van Abbe’s voorliefde voor figuratieve schilderkunst, variërend van expressionistisch tot magisch-realistisch, vormde een afspiegeling van hetgeen in die jaren als modern werd beschouwd. De eerste schilderijen bestemd voor de museumcollectie werden met het geschonken geld gekocht uit Van Abbe’s privé-verzameling. Het betrof 26 schilderijen waaronder het Liggend naakt (1931) van Sluijters.
Living Archive : 'Civilian virtue, artistic sense and community spirit'
On 30 January 1933, Mayor A. Verdijk made a solemn declaration before the Eindhoven council. One of the local dignitaries, cigar manufacturer H.J. van Abbe (1880-1940), had offered to donate a museum of modern art to the city. Under the terms of the offer, Van Abbe would finance the construction of the museum as well as donate a certain amount of money for acquisitions and operation costs during the first few years of the museum’s existence. ‘In appreciation of such a spontaneous offer that speaks of so much civilian virtue, artistic sense and community spirit, a similarly spontaneous gesture is more than appropriate’, was the opinion of the council members. Therefore, the council decided they would contribute the land on which the museum was to be built free of charge. In addition, the name of the donor would be linked to this new museum. So on 18 April 1936, the ‘Stedelijk Van Abbe Museum’ opened its doors. Though Van Abbe had declared in 1935 that the N.V. Karel I cigar factory should officially be marked as the benefactor.
Amsterdam-born Henri van Abbe was trained as a tobacco agent. His father, Jacob van Abbe, owned a diamond-cutting establishment and with his financial support, Henri van Abbe set up a small cigar factory in Amsterdam. In 1908, he moved his factory to the Eindhoven region. Van Abbe then switched to the production of a serial brand with the slogan ‘there is only one Karel I’, which built a solid reputation for the brand of the Karel I cigar factory.
Since the 1920s, Henri van Abbe collected mainly contemporary art and as time went on, his taste evolved. He went from collecting art by regional painters to that of highly acclaimed artists from the 1930s such as Jan Sluijters and Kees van Dongen, who were also commissioned to paint family portraits. Van Abbe’s fondness of figurative paintings, varying from expressionist to magic-realist, was a reflection of what was considered modern at the time.
The first paintings that were to be part of the museum’s collection were bought from Van Abbe’s private collection using his monetary donations from the factory. The acquisition comprised 26 paintings, including Reclining Nude (1931) by Sluijters.
Bibliotheektentoonstelling Paul Heimbach (translation)
Buchpräsentation und Vernissage :
22.03.09 – 15:00–17:00 Uhr
Eine neue Ausstellung mit Arbeiten des deutschen Künstlers Paul Heimbach wird am Sonntag, den 22. März 2009 um 15 Uhr in der Bibliothek des Van Abbemuseums eröffnet.
In diesem Rahmen wird auch sein neuer Katalog Werkverzeichnis der Bücher und Auflagenobjekte präsentiert. Der deutsche
Künstler Paul Heimbach (geboren 1946 in Euskirchen, lebt und arbeitet in Köln), stellt fragile Künstlerbücher und subtile Arbeiten auf Papier her, in denen er sich mit Serialität
befasst. Strenge Regeln liegen Serien von Strukturen mit mannigfaltigen Ordnungsmöglichkeiten zugrunde.

Heimbachs frühe Werke aus den 60-er Jahren sind Experimente, die auf der skizzenhaften und malerischen Darstellung von Gesetzmäßigkeiten beruhen. Für seine Tuschebilder (1968) führte er beispielsweise Experimente mit auf Wasser
schwimmender Tusche durch, und die 1967/68 entstandenen Filzstiftzeichnungen erinnern an die surrealistische “écriture automatique“. Trotz dieser scheinbaren Freiheit, ist die instrumentierte Zufälligkeit bereits ein maßgebliches Element seines Frühwerks.

Allmählich verändert sich Heimbachs Oeuvre hin zu einer ausdifferenzierteren Darstellung. Basierend auf Serien von Binärzahlen, kombiniert er horizontale und vertikale farbige Linien.
Durch die Fülle an Möglichkeiten, die sich daraus ergeben, entstehen abstrakte Formen als magische, aus Zahlen-informationen konstruierte Quadrate. Farbfolgen und Farbskalen auf Transparentpapier werden zu Schichtsystemen mit geringen Nuancierungen, so wie in Countdown (2008), worin er 720 Permutationen einer Farbskala festlegt.
(foto's : Peter Cox)
Die enzyklopädische Ganzheit, die Heimbach in seinen Serien zu erreichen sucht, macht den Reiz seiner Arbeit aus. Seine Bücher und Arbeiten auf Papier, in denen alle möglichen Kombinationen der einzelnen Elemente zur Perfektion ausgearbeitet sind, sind konzeptionelle und visuelle Meisterwerke.
In der Serie Nach Daten (seit 2005), werden Daten, die in Bezug zu einzelnen Personen stehen, mittels eines rechnerischen Konzepts in ein visuelles Bild umgewandelt, das aus 200 dünnen horizontalen Linien besteht. In dieser Serie
beschränkt Heimbach sich auf die Geburts- und Sterbedaten von Künstlern, Komponisten und Literaten, wobei er diese beiden Fakten jeweils in farbkodierte Linien umsetzt. Die Ergebnisse ehren auf würdevolle Weise die ereignisreichen Lebenswege der ausgewählten Persönlichkeiten. Trotz des Gebrauchs dieser eher “unpersönlichen“ und harten Fakten als Ausgangspunkt,
veranschaulichen sie dennoch die Ungewissheit des logischen Prinzips. Besonders in jenen Fällen, in denen das Foto der portraitierten Person mit dem Farbmuster kombiniert wurde, zeigt sich, dass sogar “trockene“ logische Prinzipien eine
subjektive und metaphorische Bedeutung entwickeln können.
Der Tageskalender (1992) zeichnet jede Minute des Tages auf. Dadurch versucht Heimbach ein Verzeichnis der Vergänglichkeit von Zeit zu erschaffen, in dem jeder beliebige Tag sich in die Struktur jedes anderen Tages einfügen lässt. Und vielleicht teilt er auch die menschliche Existenz in
Vergangenheit und Gegenwart auf, aber das ist ein Schluss, den er seinen Betrachtern überlässt, denn sie sind es, die sein Werk vervollständigen.
Der Betrachter wird immer eine Lösung ersinnen, die zwischen der dargebotenen Form und dem Inhalt liegt, woraus sich, bewußt oder unbewußt,ein konzeptzionelles Verständnis zwischen Werk und Betrachter entwickelt.
Heimbachs neuer Katalog, Werkverzeichnis der Bücher und Auflagenobjekte (2009) bezieht sich auf eine Äußerung des Konzeptkünstlers Sol LeWitt: „The idea becomes a machine that makes the art“. LeWitt betrachtete das Konzept/ die Idee
als einen runden Kreativ-Prozess und sah das getrennt von ihrer Ausführung. Gleichermaßen bestimmt das Konzept in Heimbachs Arbeit seine äussere Erscheinungsform und wird nach einem feststehenden System ausgeführt. Die bloße Beschäftigung mit den formalen und rationalen Assoziationen seiner Vorgehensweise wird Heimbachs Werk nicht gerecht. Die emotionalen Werte und seine imaginäre Betrachtungsweise
sind schließlich unleugbare und entscheidende Facetten seiner Arbeit.
Kuratorin :
Diana Franssen, Van Abbemuseum
Kooperations-Partner :
Diese Ausstellung wurde in Zusammenarbeit mit
Susanne Padberg, Galerie Druck & Buch Tübingen realisiert







